Ik wacht: Jeanette Ubels uit Westeremden

Westeremden-Een jaar na de aardbeving in Zeerijp wachten veel Groningers nog op een oplossing voor de schade aan hun huis. Vandaag  Jeanette Ubels (54) en haar gezin uit Westeremden.

Midden in de nacht rechtop in bed

Midden in de nacht zat Jeanette Ubels (54) opeens rechtop in bed. Ze dacht dat ze, zoals vaker gebeurt, een aardbeving voelde. „Deze keer was het een droom.”

De boerderij, bovenop een wierde in Westeremden, heeft al vaker geschud en draagt daar de littekens van. Tientallen scheuren in de muren. Sommige zijn gerepareerd. Andere zitten er nog. Flinke.

Haar bijna tweehonderd jaar oude huis ligt op zo’n twee kilometer van het epicentrum van de aardbeving in Huizinge. „Heel het dorp schrok zich kapot van die klap.”

Hoeveel inspecteurs en deskundigen ze al over de vloer heeft gehad? „Tientallen. Het is een soap, hoor.” Ubels zucht en zakt op de houten stoel in haar boerenkeuken. Ze kwam hier ruim twintig jaar geleden met haar man Chris Bats (55) wonen. Inmiddels hebben ze twee zonen: Jackel (15) en Eisse (17). De jongens waren alleen thuis tijdens de aardbeving in Zeerijp. „Ze appen me alleen als ze iets nodig hebben. Jongens hè? Maar toen kreeg ik wel berichtjes: ze waren heel erg geschrokken.”

Aardbevingsmap

Elke woensdagochtend trekt ze de aardbevingsmap uit de kast. Een dikke binder waar ze sinds 2012, toen ze de eerste schade meldde, álles in bijhoudt. Het contact met de deskundigen, de deadlines, de mailtjes die ze moet versturen. Inmiddels is ze zelf expert. Maar niet vrijwillig. „Je moet je inlezen en je moet leren. Anders word je om de tuin geleid. Het is gewoon crimineel.” Zo had Ubels schade aan twee schoorstenen op het dak. De een viel onder versterking, de ander onder schade. Twee dossiers. Twee procedures. „Eén schoorsteen werd tegelijk met een aantal scheuren uitbetaald, zodat we beide schoorstenen tegelijk konden laten vervangen. Toen ik de factuur van de aannemer zag, ontdekte ik dat bijna al het geld in de vervanging van de schoorsteen ging zitten.” Ze belde erachteraan. En inderdaad: een fout. Drieduizend euro te weinig. „Het wordt nog gekker. Ik begreep de uitleg van de man aan de telefoon niet, dus ik vroeg om een afspraak. Daar bleek dat we niet drieduizend, maar zesduizend euro te weinig kregen. Je moet alles controleren. Er worden zoveel fouten gemaakt.”

Verhalen

Ubels heeft meer van dit soort verhalen. Hoe een scheur eerst als a-schade werd aangemerkt, vervolgens door een andere deskundige als b-schade, toen c-schade en later weer b-schade. Ze wijst uit het raam. „Die boerderij daar? Total loss, ligt precies op een breuklijn. De NAM zei dat het niet kon. De bewoners hadden bewijs: kaarten van het KNMI. Ze hebben zeven jaar strijd gevoerd. En buren aan die kant van het dorp? Ze sloopten vorige week hun keuken uit het huis. Zaten er allemaal scheuren achter de kastjes. Zij kregen bij de TCMG ook nul op het rekest.”

Ze stoort zich het meest aan het feit dat ze geen enkele instantie kan vertrouwen. De minister niet, de NAM niet en alle andere instanties waarvan de namen worden afgekort ook niet. Ubels ligt er niet meer wakker van. Ze trilt alleen af en toe uit haar bed. Soms door een echte, soms door een droom-beving. „Het is écht een soap.”