Koning eert Ger Achterhof (89) voor zijn inzet voor veteranen

Westeremden-De koning riep veteraan Ger Achterhof uit tot Ridder in de orde van Oranje-Nassau. De 89-jarige Achterhof ontving de onderscheiding woensdag uit handen van minister Ank Bijleveld van Defensie.

Achterhof, die opgroeide in Westeremden, zet zich al jarenlang in voor Indië-veteranen, voor het verenigingsleven in Sleen en voor zijn buurtgenoten in Emmen. Hij richtte het Monument Gesneuvelde Indië-Militairen 45-62 op.

Ook zorgde Achterhof ervoor dat korporaal Pieter Berend Slager, die in 1951 in Korea sneuvelde, in 2017 postuum het Bronzen Kruis kreeg. Een kwart eeuw heeft de Emmenaar zich hiervoor ingezet, zo lang duurde het voor hij succes had.

„U vindt het belangrijk dat we veteranen niet vergeten”, sprak minister Bijleveld. „Dat deel ik met u. Er zijn steeds minder stemmen die kunnen vertelen over hun strijd in het toenmalige Nederlands-Indië en in Korea.”

Pieter Berend Slager sneuvelde in 1951 in Korea, bij het redden van gewonden. Hij krijgt 15 mei postuum het Bronzen Kruis. Eindelijk.

Het is 26 juli 1951. Mujonggol, Korea. Een ondersteuningscompagnie van het Nederlands Detachement Verenigde Naties moet zich terugtrekken van een heuvel. Maar er liggen nog gewonden. Wie gaat ze halen? De 26-jarige korporaal Pieter Berend Slager, uit Westeremden, steekt als eerste de vinger op.

Hij brengt een collega in veiligheid, ondanks zwaar en goed gericht vijandelijk vuur. De Groninger gaat weer de helling op. Met een andere gewonde op de nek wordt hij neergeschoten. Hij staat op, wordt opnieuw geraakt, valt weer, maar geeft niet op. Het derde schot is dodelijk.

„Ze vonden hem, met een dode vriend bovenop zich”, weet Ger Achterhof (1929). Hij was meer dan 25 jaar bezig voor de erkenning van Slager. „Ze zeiden: doe nou niet. Je mag bijna naar huis. Maar hij ging.”

Achterhof woont in Emmen en is de drijvende kracht achter het Indië-monument en de jaarlijkse Indië-herdenking in zijn woonplaats. De oud-voorzitter van de veteranenclub van de Aan- en Afvoer Troepen groeide op in Westeremden en kende de familie Slager: „Ik kwam hem ook in Indië tegen. Daar diende hij als vrijwilliger tot 1949.”

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, reikt maandag 15 mei postuum het Bronzen Kruis uit aan Pieter Berend Slager in de Oranjekazerne in Schaarsbergen. In het bijzijn van in ieder geval schoonzus Jantje Slager-Dijkhuizen (1925). Zij vernoemde een zoon naar haar zwager: „Een knappe jongen, ja. Ondernemend, avontuurlijk, populair. Iedereen kende Pieter Berend.”

Brief op brief

Achterhof is blij met het kruis. Maar hij raakt, als hij het dossier terugleest, opnieuw geprikkeld. Voelt zich onheus bejegend. Schreef brief op brief, pleegde telefoontje na telefoontje. Naar de minister, naar het hoofd van de sectie onderscheidingen bij Defensie. Telkens werd hij met een kluitje in het riet gestuurd. „Schandalig. Want waar gaat het om? Om iemand die zijn leven waagt voor gewonde collega’s. Om ze in veiligheid te brengen. Daar hobbelt men zo overheen.”

De toenmalige commandant van het Nederlandse Korea-detachement schreef in 1951 al een voordracht voor Slager, die begraven ligt op het ereveld Tanggok in Busan, Korea. Maar die voordracht raakte zoek. Pas in 1993, bij de opening van het Van Heutsz-museum in Steenwijk, kwam die boven water.

Slager kreeg in 1990 al de Korean War Medal. Maar de korporaal die als een held stierf, verdiende meer.

Niet verjaard

Achterhof stond daarin lang alleen. Onder meer Joris Voorhoeve, de toenmalige minister van Defensie, wees het verzoek af: „Het argument was dat de commissie voor dapperheidsonderscheidingen in 1962 was opgeheven. Dus kon de Korea-voordracht niet meer behandeld worden. Dat die kwijtraakte, is niet relevant. Zoiets kan niet verjaren.”

Hoewel boos en diep teleurgesteld, laat Achterhof het hoofd niet zakken. Hij richt zich eind 2015 tot de Nationale Ombudsman. Die heeft een afdeling Veteranenzaken: „Ze zijn flink aan de slag gegaan. Bleven volhouden. Petje af. Uiteindelijk kreeg ik in februari een oproep. Moest ik voor een nieuwe commissie komen. Zeven man sterk. Daarna kwam het verlossende telefoontje.”

Hij is vooral blij voor de familie: „Jantje, zijn schoonzus, zei tegen mij: ik hoop dat ik nog kan meemaken dat het lukt.”